ECLI:NL:RBONE:2013:BZ3887
Rechtbank Oost-Nederland · 13-02-2013 · zaaknummer 235249
Inhoudsindicatie
Nu de advocaat niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan en hem geen beroep op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv toekomt, moet ingevolge het bepaalde in artikel 128 lid 6 Rv juncto artikel 139 Rv verstek tegen gedaagde worden verleend. Omdat de advocaat evenwel, zo is gebleken, op 30 november 2012 het verschuldigde griffierecht alsnog heeft voldaan, zijn op grond van artikel 142 Rv de gevolgen van het tegen gedaagde verleende verstek vervallen, behalve ten aanzien van de daardoor veroorzaakte kosten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
