ECLI:NL:RBONE:2013:BY9384
Rechtbank Oost-Nederland · 24-01-2013 · zaaknummer Awb 12/409
Inhoudsindicatie
Verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen van een varkensstal. Op het perceel rust krachtens het bestemmingsplan “Buitengebied Gramsbergen plandeel 2” (het bestemmingsplan) en de “Wijziging ex artikel 11 WRO Bestemmingsplan Buitengebied Gramsbergen Burgerkamp 1 en 6 te Loozen” de bestemming “agrarische bedrijfsdoeleinden”. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de te bouwen stal voor een gedeelte (17 bij 89,72 meter) buiten het perceel valt. Op dit gedeelte rust de bestemming “agrarisch gebied”. Artikel 4, lid B, van het bestemmingsplan luidt als volgt: “Op de tot “agrarisch gebied” bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd andere-bouwwerken ten dienste van de bestemming – niet zijnde voorzieningen ten behoeve van de opslag van mest en tunnelkassen – met dien verstande dat de hoogte ten hoogste bedraagt 2m.”. Artikel 4, lid C, onder 1, van het bestemmingsplan luidt als volgt: “Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, uitsluitend indien dit noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering, vrijstelling te verlenen van het bepaalde in: (…) b. lid B, ten behoeve van overschrijding met bebouwing van de op de kaart aangegeven bouwpercelen met de bestemming “agrarische bedrijfsdoeleinden”, met dien verstande dat: 1. het bepaalde in artikel 3 van overeenkomstige toepassing is;2. de overschrijding ten hoogste bedraagt 25m; 3. de belangen van eigenaren en/of gebruikers van de aangrenzende gronden en/of nabijgelegen agrarische bedrijven niet onevenredig worden geschaad; 4. de uitvoerbaarheid, waaronder begrepen de milieutechnische uitvoerbaarheid en toelaatbaarheid en de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; (…)”. Verweerder heeft de in artikel 4, lid C onder 1 van het bestemmingsplan bedoelde vrijstelling toegepast voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Hiermee is verweerder echter getreden buiten zijn bevoegdheid, zoals gegeven in art. 3.6, eerste lid, onder c, van de Wro, aangezien toepassing van de door verweerder verleende vrijstelling leidt tot een dusdanige verandering van het gebruik dat in feite sprake is van een onomkeerbare verandering van de bestemming. Verweerder heeft weliswaar de bevoegdheid om op ondergeschikte punten van het bestemmingsplan af te wijken, maar uit voornoemd art. 3.6 vloeit voort dat de in een bestemmingsplan vervatte vrijstellingsregeling er niet toe kan strekken dat vrijstelling kan worden verleend van de op de plankaart aangegeven bestemmingen. Een vrijstellingsregeling mag evenmin tot effect hebben dat de bestemming van de grond wordt gewijzigd. Voornoemde vrijstellings-mogelijkheid is dan ook onverbindend. Gelet hierop heeft verweerder ten onrechte de omgevingsvergunning voor het gebruiken van de grond in strijd met het bestemmingsplan aan de derde-partij verleend. Op grond van art. 2.10, eerste lid, onder c, van de Wabo is ook de omgevingsvergunning voor het bouwen ten onrechte verleend. Gegrond beroep.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
