ECLI:NL:RBOBR:2020:451
Rechtbank Oost-Brabant · 29-01-2020 · zaaknummer 01/865055-18
Inhoudsindicatie
Een 57-jarige mannelijke verdachte wordt veroordeeld voor het subsidiair ten laste gelegde feit, het plegen van ontuchtige handelingen met een 15-jarig vrouwelijk slachtoffer. De rechtbank spreekt verdachte vrij van de primair ten laste gelegde verkrachting. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast legt de rechtbank verdachte de maatregel van contactverbod met het slachtoffer op voor de duur van twee jaar. De benadeelde partij wordt niet ontvankelijk in haar vordering verklaard omdat behandeling van die vordering te belastend voor het strafgeding is.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
