ECLI:NL:RBOBR:2018:4643
Rechtbank Oost-Brabant · 24-09-2018 · zaaknummer 01/865000-18
Inhoudsindicatie
Verdachte wordt veroordeeld voor poging tot doodslag, poging tot moord, verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid, wederrechtelijke vrijheidsberoving en het voorhanden hebben van een wapen. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 21 jaar met aftrek van het voorarrest op. Verder moet verdachte een schadevergoeding betalen aan het slachtoffer van € 62.185,95, waarvan € 60.000,-- immateriële schade. De rechtbank legt geen tbs op omdat gelet op de inhoud van de rapportage van het PBC, onvoldoende diagnostische gegevens voorhanden zijn om een uitspraak te kunnen doen over de aanwezigheid van een stoornis bij verdachte, de toerekeningsvatbaarheid, de kans op recidive en de behandelbaarheid van verdachte. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om de maatregel van tbs op te leggen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
