ECLI:NL:RBOBR:2017:985
Rechtbank Oost-Brabant · 28-02-2017 · zaaknummer 01/997513-13
Inhoudsindicatie
Verdachte wordt vrijgesproken van oplichting omdat de rechtbank niet bewezen acht dat de slachtoffers door het in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddel zijn bewogen tot afgifte van geld. Verdachte wordt eveneens vrijgesproken van verduistering omdat de rechtbank weliswaar verduistering op zich bewezen acht van gelden die verdachte - in tegenstelling tot de gemaakte afspraken met een groot aantal beleggers - niet belegde maar voor privédoeleinden heeft aangewend, maar niet dat deze gelden geheel of ten dele toebehoorde aan de in de tenlastelegging genoemde personen. Verdachte wordt veroordeeld voor witwassen, het verrichten van beleggingsactiviteiten zonder vergunning [art. 2:96 Wet op het financieel toezicht] en valsheid in geschrift. De rechtbank legt verdachte een gevangenisstraf van 365 dagen op waarvan 167 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het onvoorwaardelijk gedeelte is gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast wordt verdachte een taakstraf van 240 uur opgelegd. De vorderingen van de benadeelde partijen [de beleggers] worden niet ontvankelijk verklaard omdat behandeling van die vorderingen een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
