Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBOBR:2017:6932

Rechtbank Oost-Brabant · 29-11-2017 · zaaknummer C/01/311473 / HA ZA 16-536 + C/01/311480 / HA ZA 16-539 + C/01/311484 HA ZA 16-540

Civiel rechtGepubliceerd 28-02-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Beeldbuizenkartel. Incident. Preliminair verweer met betrekking tot de stelplicht. Recht op schadevergoeding op grond van artikel 101 VWEU voor een ieder? Gedaagden voeren aan dat de dagvaardingen de vorderingen niet kunnen dragen en/of zo weinig gespecificeerd zijn dat daartegen geen, althans niet afdoende, verweer kan worden gevoerd. De vorderingen zouden daarom reeds in dit stadium, waarin nog niet voor antwoord is geconcludeerd, kunnen en moeten worden afgewezen. Toepassing arrest Hoge Raad ANVR/IATA waarin door de Hoge Raad voor mededingingsinbreuken een nadere invulling is gegeven aan de stelplicht. De rechtbank oordeelt dat eisers in dit stadium van de procedure vooralsnog aan de op hen rustende stelplicht hebben voldaan. Voor de beperkte toets die moet plaatsvinden in het kader van het preliminaire stelplichtverweer is het antwoord op de vraag of het Besluit van de Europese Commissie waarbij de inbreuk op artikel 101 VWEU is vastgesteld dwingend bewijs oplevert van een inbreuk op het Braziliaans mededingingsrecht en/of een onrechtmatige daad naar Braziliaans recht niet relevant, evenmin als de grenzen aan de jurisdictie van de Europese Commissie. Ook het antwoord op de vraag naar de bewijskracht van schikkingen die een aantal gedaagden heeft getroffen met de Braziliaanse mededingingsautoriteit en de onderzoeksrapporten van die autoriteit, is in dit stadium van de procedure niet relevant. Het gaat erom dat eisers met deze stukken hun vordering voldoende feitelijk hebben onderbouwd. Eisers hebben ook voldoende onderbouwd gesteld dat het handelen van de karteldeelnemers schade heeft veroorzaakt, ook voor zover die schade niet betrekking heeft op verkopen binnen de interne markt van de EER. Eisers stellen ook dat artikel 101 VWEU aan hen een rechtstreeks recht op schadevergoeding toekent indien artikel 101 VWEU is geschonden. De rechtbank oordeelt aan de hand van uitgebreide jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat niet is gebleken dat het HvJEU in het arrest C-453/99 Courage/Crehan met het gebruik van de term ‘eenieder’ heeft beoogd een aanspraak op schadevergoeding in het leven te roepen voor iedereen die stelt te zijn benadeeld door een mededingingsbeperkende overeenkomst die een overtreding van artikel 101 VWEU oplevert voor zover deze de mededinging beperkt binnen de territoriale werkingssfeer van die bepaling, maar waarbij de daadwerkelijke verkoop (de transactie waaruit het causaal verband met de inbreuk zou moeten volgen) heeft plaatsgevonden op een markt die gelegen is buiten het territoir van de EER.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.