Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBOBR:2017:1879

Rechtbank Oost-Brabant · 30-03-2017 · zaaknummer 16_2839

BestuursrechtGepubliceerd 30-03-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Aanvraag omgevingsvergunning eerste fase voor de activiteit milieu is terecht buiten behandeling gesteld op grond van artikel 7:28, tweede lid, van de Wet milieubeheer. GS Noord-Brabant hebben een aanvraag om een omgevingsvergunning eerste fase voor de activiteit milieu buiten behandeling gesteld omdat bij de aanvraag geen mer-beoordelingsbesluit was gevoegd. Hiertegen heeft de aanvrager (eiseres) rechtstreeks beroep ingesteld. Eiseres exploiteert een mestverwerkingsbedrijf in Helmond. De aanvraag ziet op het verhogen van de productietijd waardoor het mogelijk is om de productiecapaciteit van mestkorrels te verhogen tot 84.000 ton per jaar, met een dagcapaciteit van meer dan 50 ton. Volgens eiseres valt mestbewerking niet onder de mer-beoordelingsplicht. Volgens verweerder vallen de aangevraagde activiteiten onder categorie D18.1 van de bijlage bij het Besluit mer omdat mest een afvalstof is. Bij (tussen)uitspraak van 16 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3057) in een andere zaak heeft de Afdeling geoordeeld dat de mest die in de mestverwerkingsinstallatie zal worden bewerkt en verwerkt is aan te merken als afvalstof en dat hierop categorie D18.1 van het Besluit mer van toepassing is. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat ook hier sprake is van een afvalstof. De mest die aan eiseres wordt geleverd, kan door de pluimveehouders niet worden uitgereden op eigen landbouwgronden en evenmin voor dat doel onder economisch gunstige omstandigheden aan anderen worden geleverd. Gelet hierop moeten de leveranciers van de mest zich hiervan ontdoen. De mest kan niet direct in het productieproces van eiseres worden gebruikt maar moet eerst worden bewerkt. De door eiseres te bewerken mest valt voorts niet onder het begrip “dierlijk bijproduct” waardoor de Verordening Dierlijke bijproducten niet van toepassing is. Verweerder heeft de aanvraag omgevingsvergunning terecht op grond van artikel 7.28, tweede lid van de Wet milieubeheer buiten behandeling gelaten omdat er geen mer-beoordelingsbesluit was bijgevoegd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.