ECLI:NL:RBOBR:2016:533
Rechtbank Oost-Brabant · 11-02-2016 · zaaknummer 01/993226-12
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor het medeplegen van strafbare voorbereidingshandelingen gericht op de productie van synthetische drugs en het voorhanden hebben van een jammer. Nu ten tijde van de aan verdachte onder feit 1 primair en subsidiair verweten gedragingen de kwalificatie van “geregistreerde stof” in de zin van voormelde Verordeningen niet gold voor een stof als apaan, die niet voorkwam in de lijst van geregistreerde stoffen in de zin van artikel 2, onder a, van de Verordeningen 273/2004 en 111/2005, die in de relevante bijlage bij elk van die Verordeningen is opgenomen, is de rechtbank met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Verdachte zal van deze feiten worden vrijgesproken. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek van voorarrest.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
