Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBOBR:2016:4356

Rechtbank Oost-Brabant · 11-08-2016 · zaaknummer 16 _ 15548

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 10-08-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiseres voert aan dat haar echtgenoot rechtmatig in Nederland verblijft. Zij doet in dit verband een beroep op de artikelen 9 en 17 van Vo 604/2013 en op artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Ten aanzien van het beroep van eiseres op artikel 8 EVRM overweegt de rechtbank dat dit beroep niet kan slagen. In Vo 604/2013 zijn verschillende bepalingen opgenomen die beogen het familie- en gezinsleven te beschermen en bevorderen. De bescherming die Vo 604/2013 daarmee biedt is in beginsel niet geringer dan de bescherming die artikel 8 EVRM biedt aan vreemdelingen, met wiens verblijf de Nederlandse autoriteiten (nog) niet hebben ingestemd. Verder wijst de rechtbank op vaste jurisprudentie (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:563), dat Vo 604/2013 niet bedoeld is als route waarlangs op reguliere gronden verblijf bij een gezinslid in Nederland kan worden verkregen. Inzake het beroep van eiseres op artikel 9 van Vo 604/2013 heeft verweerder zich verder terecht op het standpunt gesteld dat eiseres haar huwelijk met haar gestelde echtgenoot niet heeft aangetoond. Eiseres heeft echter terecht opgemerkt dat artikel 9 van Vo 604/2013 ook betrekking heeft op niet-gehuwde partners, met wie een duurzame relatie wordt onderhouden. Over de vraag of eiseres niet gehuwd is, maar wel een duurzame relatie met haar gestelde partner onderhoudt, heeft verweerder zich in het bestreden besluit niet uitgelaten. Ook ter zitting heeft verweerder hierover geen duidelijk standpunt ingenomen. In plaats daarvan stelt verweerder dat de criteria van hoofdstuk III, waaronder artikel 9, van Vo 604/2013, niet zien op terugnamesituaties. De rechtbank ziet echter geen grond voor het standpunt van verweerder dat deze bepaling alleen van toepassing zou zijn bij een overnamesituatie en niet bij een terugnamesituatie. Anders dan verweerder heeft gesteld, valt uit de tekst van artikel 7, tweede lid, van Vo 604/2013 niet af te leiden dat een beroep op artikel 9 niet mogelijk is bij een terugnameverzoek. Dit valt evenmin uit de andere artikelen of de systematiek van Vo 604/2013 af te leiden. Integendeel, artikel 7, derde lid, van Vo 604/2013, merkt uitdrukkelijk op dat bewijs van de aanwezigheid op het grondgebied van een lidstaat van onder meer gezinsleden kan worden overgelegd voor de inwilliging van een verzoek tot zowel overname als terugname. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de criteria genoemd in hoofdstuk III van Vo 604/2013 van toepassing zijn op zowel overname- als terugnamesituaties. Er zijn wel situaties waarin deze criteria geen rol meer spelen die samenvallen met terugnamesituaties. Artikel 3, eerste lid, van Vo 604/2013 bepaalt immers dat één enkele lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek. Deze bepaling beoogt onder meer dat asielzoekers niet nodeloos van de ene naar de andere lidstaat worden gestuurd, maar ook dat asielzoekers niet naar believen in verschillende lidstaten asielverzoeken kunnen indienen. Dat uitgangspunt brengt met zich dat de criteria van hoofdstuk III geen betekenis (meer) toekomt op het moment dat de autoriteiten van een lidstaat reeds een beslissing hebben genomen op een asielverzoek of dat hadden kunnen doen maar het asielverzoek voortijdig door de asielzoeker is ingetrokken; ofwel de terugnamesituaties op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c en d, van Vo 604/2013.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.