ECLI:NL:RBOBR:2016:396
Rechtbank Oost-Brabant · 27-01-2016 · zaaknummer 15_2689
Inhoudsindicatie
Aanvang termijn tijdelijke afwijking bestemmingsplan De zaak betreft een vergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 4, onderdeel 11, bijlage II van het Bor. Verweerder kan volstaan met het aannemelijk maken dat de activiteit zonder onomkeerbare gevolgen kan worden beëindigd, en dient niet de tijdelijkheid van de behoefte aan te tonen. De rechtbank is van oordeel dat de tien-jarentermijn gaat lopen vanaf de datum waarop de met het bestemmingsplan strijdige bouw of het daarmee strijdige gebruik een aanvang neemt. Dat de tijdelijkheid van de behoefte niet langer aannemelijk dient te worden gemaakt, leidt niet tot een ander oordeel, nu de wetgever daarvoor in de plaats wel voor ogen heeft gehad dat aannemelijk moet worden gemaakt dat de activiteit zonder onomkeerbare gevolgen kan worden beëindigd. Ofschoon in de rechtspraak omtrent de aanvang van het tijdelijk gebruik onder artikel 17 van de WRO door de Afdeling uitdrukkelijk werd gerefereerd aan de tijdelijke behoefte (zie de uitspraak van 10 juli 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE5096), ziet de rechtbank aanleiding om bij deze oude rechtspraak aan te sluiten. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het gebruik van de bevoegdheid in artikel 4, elfde lid, bijlage II van het Bor met minder waarborgen is omkleed dan de bestemmingsplanprocedure of de procedure ingevolge artikel 2.12, eerste lid onder a, sub 3, van de Wabo.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
