ECLI:NL:RBOBR:2016:3287
Rechtbank Oost-Brabant · 23-06-2016 · zaaknummer 15 _ 6867
Inhoudsindicatie
Last onder dwangsom voor het in strijd met het bestemmingsplan aanwezig hebben van een mestverwerkingsinstallatie. Omdat ook mest wordt verwerkt van een ander bedrijf, is geen sprake van het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewerking en/of verwerking van door het agrarisch bedrijf zelf voortgebrachte agrarische producten. Reeds hierom is sprake van strijdigheid met het bestemmingsplan. In het midden kan dan ook blijven of de activiteiten van de overtreder op de twee naast elkaar gelegen percelen als behorende tot één agrarisch bedrijf moeten worden aangemerkt. Hetzelfde geldt daarom voor het subsidiaire beroep op het vertrouwensbeginsel, dat eveneens is gebaseerd op de aanname dat de werkzaamheden op deze percelen behoren tot één bedrijf. Verweerder (het college van gedeputeerde staten) was, gelet hierop, bevoegd om handhavend op te treden. Het enkele feit dat een bestuursorgaan niet bereid is om gebruik te maken van zijn bevoegdheid om een omgevingsvergunning te verlenen, volstaat voor het oordeel dat geen concreet zicht op legalisering bestaat. Weliswaar is inmiddels een omgevingsvergunning bij verweerder aangevraagd, maar verweerder is voor de verlening van die vergunning afhankelijk van de verlening van een verklaring van geen bedenkingen door de gemeenteraad. Omdat geen herziening van het bestemmingsplan is aangevraagd en burgemeester en wethouders niet bereid zijn om medewerking te verlenen aan de mestverwerking op het perceel door een binnenplanse wijziging, is er geen sprake van concreet zicht op legalisering. Eiser is nimmer in het vooruitzicht gesteld dat van handhaving zou worden afgezien, als er een legaliseringsonderzoek zou zijn verricht. Omdat voor het kunnen legaliseren van de mestverwerking te allen tijde een aanvraag nodig zou zijn, kan niet worden gezegd dat de omstandigheid dat verweerder in het voortraject van de handhavingsprocedure niet heeft gesproken over het verlangen van een aanvraag, een grond had moeten vormen om van handhaving af te zien. Dit is geen schending van het beginsel van fair play en geen motiveringsgebrek.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
