ECLI:NL:RBOBR:2016:1756
Rechtbank Oost-Brabant · 14-04-2016 · zaaknummer 15_1483
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de (mogelijke) ingangsdatum van de uitkering ten onrechte bepaald op 52 weken vóór datum van het 4:6-verzoek. De situatie waarin wordt verzocht om terug te komen van een onherroepelijk geworden besluit, is naar het oordeel van de rechtbank niet gelijk aan de situatie van een laattijdige aanvraag als bedoeld in artikel 64, elfde lid, van de Wet WIA, nu dit artikel alleen betrekking heeft op aanvragen die gedaan worden aan het einde van de wachttijd. Verweerder wordt evenmin gevolgd in zijn verwijzing naar vast (niet gepubliceerd) beleid op grond waarvan een uitkering niet eerder kan worden toegekend dan 52 weken voor de datum van de aanvraag, tenzij sprake is van een fout aan de zijde van verweerder. De rechtbank is niet bekend met het bestaan van dit beleid. Voor zover dit beleid inderdaad door verweerder wordt gehanteerd, acht de rechtbank het in strijd met het bepaalde in en met het doel en de strekking van artikel 4:6 van de Awb. Dit beleid zou de zogenoemde 4:6-toets geheel zinledig maken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
