Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBOBR:2015:5587

Rechtbank Oost-Brabant · 30-09-2015 · zaaknummer 15_3

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 28-09-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Art. 7:15, tweede lid, Awb. Proceskostenvergoeding in bezwaarfase. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid, omdat eiser niet heeft voldaan aan de verplichting het vereiste parkeerkaartje duidelijk zichtbaar achter de voorruit te plaatsen. Dat de heffingsambtenaar de aanslag heeft ingetrokken omdat eiser alsnog in bezwaar een parkeerkaartje heeft overgelegd betekent niet dat voldaan is aan het bepaalde in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb. Voor zover eiser heeft willen betogen dat wel degelijk sprake is van het onrechtmatig opleggen van de naheffingsaanslag, omdat hij onvoldoende gelegenheid (tijd) heeft gekregen om een parkeerkaartje te kopen, volgt de rechtbank eiser daarin niet. De rechtbank acht de door eiser geschetste gang van zaken bij het parkeren van zijn auto ongeloofwaardig.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.