ECLI:NL:RBOBR:2014:3477
Rechtbank Oost-Brabant · 04-07-2014 · zaaknummer 01/839540-13
Inhoudsindicatie
Verdachte is veroordeeld voor doodslag op zijn vrouw en poging tot doodslag op zijn zoon. Ten tijde van de delicten bevond verdachte zich in een delirium. Door zijn keuzes en handelen rond alcohol- en medicijngebruik heeft verdachte zelf in wezenlijke mate bijgedragen aan het intreden van het delirium. Verdachte komt geen beroep toe op volledige ontoerekenbaarheid. Er is geen sprake van afwezigheid van alle schuld. De strafbare feiten kunnen verdachte in sterk verminderde mate worden toegerekend. De rechtbank heeft een gevangenisstraf van 4 jaren met aftrek voorarrest en een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd. Aan de twee kinderen van de verdachte dient verdachte de immateriële schade van ieder € 25.000,-- te vergoeden. Tevens moet verdachte de nabestaande de materiële schade van € 5.177,56 vergoeden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
