Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBOBR:2014:2212

Rechtbank Oost-Brabant · 29-04-2014 · zaaknummer AWB-13_4173

BestuursrechtGepubliceerd 25-04-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiseres ontvangt bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder. Tijdens een met haar op 1 juni 2012 gevoerd gesprek heeft zij verklaard dat haar partner en de vader van haar kinderen, geboren op 12 mei 2010 en 26 september 2011, vanaf de geboorte af en toe kleertjes, melk en luiers voor de kinderen koopt. In overleg met eiseres is de hoogte van deze goederen berekend op een maandelijkse bijdrage van € 120,00. Bij besluit van 10 juli 2013 is de uitkering van eiseres over de periode van 22 november 2010 tot en met 31 januari 2012 herzien en is de over deze periode teveel ontvangen uitkering van eiseres teruggevorderd. Bij afzonderlijk besluit van dezelfde datum is de bijstand gedurende één maand verlaagd met 50% wegens schending van de inlichtingenverplichting. Tevens is bij beide besluiten een dwangsom toegekend ter hoogte van € 1.260,00 en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag op grond van artikel 60a, vierde lid, van de WWB zal worden verrekend met de openstaande vordering. Verweerder heeft terecht geen aanleiding gezien eiseres niet te houden aan de door haar afgelegde en ondertekende verklaring en de waarde van de verstrekte goederen terecht aangemerkt als middelen in de zin van artikel 31, eerste lid, van de WWB. De hoogte van de vergoeding is in overlegd met eiseres vastgesteld zodat er geen reden is om hiervan af te wijken. De gedingstukken bieden onvoldoende feitelijke grondslag om de bijstand reeds vanaf 22 november 2010 te herzien. De partner van eiseres verbleef tot 8 december 2010 in detentie en eiseres heeft niet verklaard dat de goederen tijdens zijn detentie door anderen voor haar zijn gekocht. Het beroep tegen het besluit tot herziening wordt in zoverre gegrond verklaard dat verweerder bevoegd was tot herziening van de bijstand over de periode van 8 december 2010 tot en met 31 januari 2012. Nu eiseres de inlichtingenverplichting heeft geschonden was verweerder tevens bevoegd tot het opleggen van de maatregel. Verweerder was, gelet op artikel 60a, vierde lid, van de WWB zoals dat sinds 1 juli 2013 geldt, tevens bevoegd tot verrekening van de verschuldigde dwangsommen met openstaande vorderingen over te gaan. Bij de in werking treding van het gewijzigde artikel 60a, vierde lid, van de WWB zijn geen specifieke voorschriften van overgangsrecht gegeven en in artikel 4:86 van de Awb ligt besloten dat een verplichting tot betaling van een geldsom slechts ontstaat indien dit bij beschikking is vastgesteld.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.