ECLI:NL:RBNNE:2026:3449
Rechtbank Noord-Nederland · 07-08-2026 · zaaknummer 25.1795
Inhoudsindicatie
Eiser vroeg in september 2024 op grond van de Woo openbaarmaking van documenten. De Raad besliste in november 2024. Eiser maakte in december bezwaar, omdat niet alle documenten waren verstrekt en de weigering onvoldoende was gemotiveerd. De bezwaarcommissie behandelde het bezwaar in maart 2025. In april 2025 herzag de Raad het besluit, verklaarde het bezwaar gegrond, herroept het oorspronkelijke besluit en kondigde een nieuw besluit aan. Eiser stelde in mei 2025 pro-forma beroep in en diende later zijn beroepsgronden in. De Raad nam het nieuwe besluit in september 2025. Eiser handhaafde zijn beroep. De rechtbank behandelde de zaak in juli 2026; eiser was afwezig. De rechtbank oordeelde dat het beroep tijdig en gegrond is omdat het besluit op bezwaar onvolledig was door de late nieuwe beslissing. De inhoudelijke beroepsgronden faalden vanwege onvoldoende onderbouwing. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de Raad het griffierecht moet vergoeden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
