ECLI:NL:RBNNE:2025:925
Rechtbank Noord-Nederland · 05-03-2025 · zaaknummer LEE 23/2854 en LEE 24/4911
Inhoudsindicatie
Afwijzing handhavingsverzoek tegen gebruik perceel voor imkerij/bijenkwekerij/bijenhouderij De rechtbank is van oordeel dat beroep met zaaknummer LEE 23/2854 niet-ontvankelijk is, omdat het procesbelang is komen te vervallen. Het college is tegemoetgekomen aan dat beroep door de afwijzing van het handhavingsverzoek tegen het gebruik van het perceel in stand te laten. De rechtbank is verder van oordeel dat het college zich inzake het beroep met zaaknummer LEE 24/4911 terecht op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval niet is gebleken dat op het perceel sprake is van overtreding van het bestemmingsplan “Oudeschans”. Het perceel mag worden gebruikt voor woondoeleinden. Het college heeft doorslaggevende betekenis mogen toekennen aan de bevindingen van de toezichthouders tijdens controles op het perceel. Op basis van de bevindingen heeft het college terecht het standpunt ingenomen dat de ruimtelijke uitstraling van het gebruik van perceel voldoende in kaart is gebracht. Het gebruik is (bouwwerken op) het perceel is passend binnen het bestemmingsplan. Dat er meerdere bijenkasten, een aanhanger en een kraam op het perceel aanwezig waren, is onvoldoende voor de conclusie dat sprake is gebruik in strijd met dat plan. Het houden van bijen en het produceren van honing is niet verboden op grond van het bestemmingsplan. De aard van die activiteiten past bij de woonbestemming. De omvang en intensiteit van het feitelijke gebruik van het perceel zoals vastgesteld tijdens de controles, kan voorts niet worden gekwalificeerd als bedrijfsmatig gebruik. Zo is er sprake geweest van een wisselende hoeveelheid bijenkasten op het perceel. Ook is er sprake geweest van wisselend gebruik van die kasten, nu geconstateerd is dat niet alle kasten steeds in gebruik waren voor het houden van bijen. De stellingen van [eiser 2] kunnen niet tot een andere conclusie leiden. Aan zijn verwijzing naar inschrijvingen in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel komt niet de betekenis toe die [eiser 2] daaraan hecht. Die enkele inschrijvingen zeggen niets over het feitelijk geconstateerde gebruik van het perceel. Daarnaast is onduidelijk gebleven in hoeverre [eiser 2] overlast ervaart van het gebruik van het perceel en in hoeverre die overlast is te koppelen is aan bedrijfsmatige activiteiten. Van een overtreding is in een geval als dit alleen sprake als wordt gehandeld in strijd met regels die voortvloeien uit het bestemmingsplan. Van zo’n situatie is hier geen sprake. Nu er in dit geval geen sprake is van een overtreding, heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat het niet bevoegd was om handhavend op te treden. Het college heeft het handhavingsverzoek, na een volledige heroverweging, terecht afgewezen. De rechtbank verklaart het beroep met zaaknummer LEE 23/2854 niet-ontvankelijk en verklaart het beroep met zaaknummer LEE 24/4911 ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
