ECLI:NL:RBNNE:2025:2002
Rechtbank Noord-Nederland · 13-03-2025 · zaaknummer 18-323720-23
StrafrechtGepubliceerd 22-05-2025
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt waaruit blijkt dat de verdachte tijdens het verhoor van de rechter-commissaris op 5 juli 2023 de ten laste gelegde vragen onjuist en opzettelijk in strijd met de waarheid heeft beantwoord. Verdachte wordt derhalve vrijgesproken van meineed.
Advocaten
- H.P. Eckert
- J.E. Versluis
- W.S. Sikkema
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
