ECLI:NL:RBNNE:2024:911
Rechtbank Noord-Nederland · 19-03-2024 · zaaknummer 18-162000-23
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor belaging van zowel de ex-vrouw als dochter van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 98 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijk op te leggen strafdeel verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden dat verdachte zal meewerken aan reclasseringstoezicht, zich zal laten opnemen in een forensische (verslavings-)kliniek en aansluitend zal verblijven in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang en zich ambulant zal laten behandelen door een forensisch FACT-team. Daarnaast kan verdachte – indien noodzakelijk bevonden én verdachte daarmee instemt – voor een time-out worden opgenomen, vertrekt verdachte niet zonder toestemming naar zonder toestemming naar het buitenland en zal verdachte zich onthouden van het gebruik van alcohol en drugs. Tot slot zal verdachte zich inspannen voor het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding, werkt hij, indien geïndiceerd, mee aan bewindvoering en geeft hij inzicht in zijn financiële situatie. Anders dan gevorderd zal de rechtbank voornoemde voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar verklaren, omdat niet wordt voldaan aan de in artikel 14e Wetboek van Strafrecht gestelde vereisten daartoe. Nu aan verdachte niet de maatregel tot terbeschikkingstelling wordt opgelegd noch dat verdachte wordt veroordeeld wegens een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen én waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld zal de rechtbank, anders dan door de reclassering geadviseerd en door de officier van justitie gevorderd, evenmin een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Wetboek van Strafrecht opleggen. Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten ziet de rechtbank wél aanleiding aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contact en locatieverbod, op te leggen. Nu er ernstig rekening moet worden gehouden dat verdachte zich opnieuw belastend zal gedragen jegens aangeefsters, zal de rechtbank voornoemde verboden wél dadelijk uitvoerbaar verklaren.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
