ECLI:NL:RBNNE:2024:645
Rechtbank Noord-Nederland · 28-02-2024 · zaaknummer 18-110971-22
Inhoudsindicatie
(Veroordeling; art. 282 Sr en art. 13 en 26 Wet wapens en munitie; toepassing art. 9a Sr) Op grond van de bewijsmiddelen kan naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zijn toenmalige levenspartner wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd. Dit was gedurende langere tijd, maar in elk geval in het tenlastegelegde eerste halfjaar van 2021 in hun toen gezamenlijke woning. Er is sprake geweest van een zeer onwenselijke situatie waardoor aangeefster leed is aangedaan, zoals ook blijkt uit de namens aangeefster ter terechtzitting afgelegde slachtofferverklaring. Daarnaast heeft verdachte wapens voorhanden gehad die hij niet voorhanden mocht hebben. Gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, zijn leeftijd en daarmee samenhangende lichamelijke en geestelijke beperkingen, de specifieke omstandigheden waaronder feit 1 primair (de vrijheidsberoving) is gepleegd, de geringe kans op recidive, alsmede het tijdsverloop, is de rechtbank met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat in de onderhavige zaak kan worden volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van een straf of een maatregel.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
