Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2023:607

Rechtbank Noord-Nederland · 16-02-2023 · zaaknummer 22/3276

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 23-02-2023
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft beslist dat eiser geen recht heeft op immateriële schadevergoeding op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Die schadevergoeding heeft eiser gevraagd omdat volgens hem de behandeling van zijn bezwaar door de gemeente te lang heeft geduurd. De gemeente heeft op grond van de Participatiewet van eiser een bedrag aan bijstand teruggevorderd, omdat hij een erfenis had ontvangen. In bezwaar heeft de gemeente hem voor een deel gelijk gegeven en de terugvordering verminderd. In beroep gaat het alleen nog om de schadevergoeding op grond van artikel 6 van het EVRM en om de proceskosten in bezwaar die de gemeente niet aan eiser heeft vergoed. Op grond van artikel 6 van het EVRM moet een procedure bij de rechter binnen een redelijke termijn worden afgerond. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft daarvoor normen vastgesteld. Als zo’n procedure te lang heeft geduurd, heeft de betrokkene recht op een immateriële schadevergoeding (€ 500 voor elk half jaar of deel daarvan dat de procedure te lang heeft geduurd). De jurisprudentie van de CRvB houdt verder in dat zo’n schadevergoeding niet kan worden toegekend als die alléén wordt gevraagd omdat de bezwaarprocedure te lang heeft geduurd. In deze zaak sluit de rechtbank bij die jurisprudentie aan en wijst zij eisers verzoek om immateriële schadevergoeding af. Verder speelt dat de gemeente eisers proceskosten in bezwaar niet heeft vergoed, omdat hij pas in bezwaar de juiste gegevens voor de berekening van de terugvordering heeft geleverd. Dat had eiser eerder moeten doen. Daarom vindt de gemeente dat het niet aan haar te wijten is dat haar terugvorderingsbesluit niet helemaal juist was. De rechtbank gaat hierin mee. Ten slotte speelt dat de gemeente in twee besluiten heeft beslist op het bezwaar van eiser; dat mag niet: op een bezwaar moet in één besluit worden beslist. De rechtbank verbindt aan dit gebrek op zich geen gevolgen: zij vindt dat eiser niet in zijn belangen is geschaad. Wel beslist zij dat de gemeente wegens dit gebrek het griffiegeld en de proceskosten die eiser in beroep heeft gemaakt, aan hem moet vergoeden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.