ECLI:NL:RBNNE:2023:3147
Rechtbank Noord-Nederland · 26-07-2023 · zaaknummer LEE 21/3051
Inhoudsindicatie
De regeling met betrekking tot de beroepstermijn, neergelegd in artikel 8:1, gelezen in samenhang met de artikelen 6:7 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), brengt met zich dat de identiteit van degenen namens wie beroep wordt ingesteld, voor afloop van de beroepstermijn kenbaar moet zijn. Aan dat vereiste is in dit geval niet voldaan, omdat eerst na het aflopen van de beroepstermijn eiser is vermeld als belanghebbende. In het beroepschrift is hij niet genoemd. Het beroepschrift is naar het oordeel van de rechtbank uitsluitend ingediend namens HiNerg B.V. Het beroep voor zover ingesteld door eiser is daarom niet-ontvankelijk. Tussen partijen is uitsluitend in geschil of verweerder, als gevolg van het bestemmingsplan “Delfzijl Windpark Zuid, herziening 2018” een tegemoetkoming in planschade zou moeten betalen. Het gaat dan in het bijzonder om de planregeling die bepaalt dat de rotordiameter en de ashoogte van de windturbines in het windpark, alsmede de uiterlijke verschijningsvorm van de gondels en de windturbines, hetzelfde dienen te zijn. Het voordien geldende bestemmingsplan “Buitengebied Zuid” kende geen uniformiteitseis. Het daarvoor geldende bestemmingsplan “Windmolenpark” kende wel een uniformiteitseis ten aanzien van windturbines. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) geldt bij inkomensderving die bestaat uit gemist voordeel van op de peildatum nog niet aangevangen bedrijfsvoering als uitgangspunt dat die schade niet voor tegemoetkoming in aanmerking komt. In het onderhavige geval is er geen aanleiding om hierop een uitzondering te maken. Niet is gebleken van relevante investeringen. In wat eiseres heeft aangevoerd bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding voor het maken van een uitzondering op de hoofdregel dat het verlies van tijdelijk voordeel niet voor vergoeding als planschade in aanmerking komt. De rechtbank is van oordeel dat de jurisprudentie over tijdelijk voordeel onverkort van toepassing is. Eiseres heeft met de inwerkingtreding van het bestemmingsplan “Buitengebied Zuid” een voordeel gekregen dat zij onder de werking van de voordien geldende bestemmingsplannen niet had. Onder de werking van het bestemmingsplan “Windmolenpark” gold een uniformiteitseis en op grond van het daarvoor geldende bestemmingsplan was de plaatsing van windturbines in het geheel niet toegelaten. Alleen ten tijde van het bestemmingsplan “Buitengebied Zuid” was het oprichten van windturbines mogelijk en gold daarbij geen uniformiteitseis. Het aantal wijzigingen in het planologisch regime is daarbij niet relevant, veeleer is van belang of er sprake is van een op enig moment na verwerving van een zakelijk recht ontstaan tijdelijk voordeel dat vervolgens weer teniet wordt gedaan. Uit de uitspraak van de AbRvS van 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:570 volgt dat de gevolgen van het mislukken van een poging om het voordeel van een bestemmingsplan te gelde te maken, in beginsel voor rekening van eiseres komen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Eemsdelta
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Eemsdelta
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
