ECLI:NL:RBNNE:2023:31
Rechtbank Noord-Nederland · 05-01-2023 · zaaknummer LEE 21/2541
Inhoudsindicatie
AW. Coulanceregeling. PTSS. Verzoek om terug te komen van het eerdere besluit van 23 januari 2017. De rechtbank oordeelt dat de korpschef zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn als bedoeld in artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. Verder oordeelt de rechtbank dat het bestreden besluit, waarbij de korpschef het verzoek van eiser om terug te komen van het besluit van 23 januari 2017 heeft afgewezen, evident onredelijk is. De rechtbank acht het onzorgvuldig van de korpschef dat het interne advies aan de bezwaaradviescommissie is onthouden en niet is betrokken bij de beoordeling van het bezwaar. Door het ten onrechte achterhouden van het interne advies was de commissie niet bekend met de eerste (ingetrokken) verklaring van eiser. De besluitvorming door de korpschef is in bezwaar onzorgvuldig geweest. Op grond van de stukken en wat de getuigen op de zitting hebben verklaard kan de rechtbank niet anders concluderen dan dat eiser in categorie twee van de Coulanceregeling valt. Nu eiser in categorie twee valt, moet de korpschef in het nieuwe besluit op bezwaar vaststellen welk bedrag eiser bij wijze van immateriële schadevergoeding op grond van de Coulanceregeling wordt toegekend. Het beroep is gegrond en toekenning van proceskosten.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
