Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2023:134

Rechtbank Noord-Nederland · 18-01-2023 · zaaknummer 18/266287-22

StrafrechtGepubliceerd 18-01-2023
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vrijspraak artikel 6 WVW: Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van schuld aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW komt het volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad aan op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de concrete ernst van de overtreding en de overige omstandigheden waaronder de overtreding is begaan. Dat brengt mee dat niet in zijn algemeenheid valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW (HR 1 juni 2004, NJ 2005, 252). Daarnaast kan uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke verkeersvoorschriften niet reeds worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Van schuld in de zin van dit wetsartikel is pas sprake in geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de inhoud van het dossier en de afgelegde verklaringen niet is komen vaststaan dat verdachte schuld heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 WVW. De rechtbank leidt uit de verklaring van verdachte bij de politie af dat de voorruit van zijn voertuig deels beslagen was, hetgeen ook door de politie wordt geconstateerd als zij ter plaatse komen. Naar het oordeel van de rechtbank is de enkele constatering dat de voorruit van verdachte deels beslagen is geweest echter onvoldoende voor de conclusie dat verdachte met een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid heeft gehandeld en staat evenmin vast dat hierdoor het ongeval is ontstaan. Er kan immers niet met zekerheid worden vastgesteld in welke mate de ruit ten tijde van het ongeval beslagen was en in hoeverre dat heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. Veroordeling artikel 5 WVW: Artikel 5 WVW bevat de grondnorm voor een veilig en ordelijk verloop van het verkeer op de weg. Het geeft geen exacte regels voor het gedrag in een concrete situatie. Het geeft aan dat het gedrag, in welke situatie dan ook, telkens wordt beheerst door de norm dat men zich zodanig dient te gedragen dat geen gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt en dat het verkeer op de weg niet wordt gehinderd of kan worden gehinderd. Bij overtreding van artikel 5 WVW hoeft schuld ten aanzien van het veroorzaken van gevaar niet te worden bewezen. Er moet sprake zijn van een concreet aan te duiden gevaar dat in strijd is met het verkeersbelang en daardoor redelijkerwijs is toe te rekenen aan de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door deel te nemen aan het verkeer met een voorruit die niet in zijn geheel vrij was van condens en waardoor hij in elk geval geen volledig zicht had zoals hij zelf ook heeft erkend, gevaar heeft veroorzaakt in de zin van artikel 5 WVW, welk gevaar zich ook heeft verwezenlijkt. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit het proces-verbaal onderzoek ongeval van het VOA blijkt, dat het schijnen van verlichting op een gecondenseerde voorruit strooilicht veroorzaakt doordat de lichtstralen worden gebroken op het condens, en dat het zeer goed mogelijk is dat verdachte mede hierdoor verblind is geraakt. De rechtbank acht het subsidiair tenlastegelegde derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.