ECLI:NL:RBNNE:2022:805
Rechtbank Noord-Nederland · 11-03-2022 · zaaknummer AWB - 21 _ 2946
Inhoudsindicatie
Eiser en zijn ex-partner hebben in 2019 de zorg over hun kinderen verdeeld. De inspecteur heeft geweigerd aan eiser de inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack) toe te kennen omdat het jongste kind in 2019 niet ten minste 156 dagen tot het huishouden van eiser behoorde. De rechtbank overweegt dat als eiser niet aan de inschrijvingseis van artikel 8.14a van de Wet IB 2001 voldoet, eiser toch aan de eisen voor de iack voldoet als het jongste kind in het kalenderjaar gedurende ten minste zes maanden tot het huishouden van beide ouders behoort. Een kind behoort op grond van artikel 44b van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (tekst 2019) tegelijkertijd tot het huishouden van beide ouders indien hij doorgaans ten minste drie gehele dagen per week in elk van beide huishoudens verblijft. Op basis van de week- en weekendregeling en de vakantieregeling uit de zorg/contactregeling in het ouderschapsplan heeft eiser aannemelijk gemaakt dat het jongste kind in het jaar 2019 gedurende minstens 26 weken (en dus ten minste zes maanden) tenminste drie gehele dagen bij eiser verbleef en voor het overige bij de ex-partner. Hieruit volgt dat eiser recht heeft op toepassing van de iack.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
