Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2022:792

Rechtbank Noord-Nederland · 16-03-2022 · zaaknummer 18/148213-21

StrafrechtGepubliceerd 21-03-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verdachte wordt primair verweten dat zij zich tezamen met vier medeverdachten heeft schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en afpersing, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft. Subsidiair wordt verdachte medeplichtigheid verweten. De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat (mede)verdachten zich hebben schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld van een geldbedrag en diverse goederen en afpersing van de code van de kluis, met zwaar lichamelijk letsel als gevolg. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt in voldoende mate dat er ten aanzien van de diefstal met geweld en de afpersing sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen deze medeverdachten. De rechtbank leidt deze nauwe en bewuste samenwerking af uit de verschillende verklaringen en uit de uiterlijke verschijningsvorm (de aanloop, de rolverdeling, de getalsmatige overmacht, de verdeling van de buit, het afstemmen van verklaringen) zoals hiervoor weergegeven. Gelet op haar rol en aandeel voorafgaand aan en ten tijde van de woningoverval, de afhankelijke en kwetsbare positie waarin zij zich bevond, haar persoonlijke omstandigheden en haar verklaringen omtrent hetgeen heeft plaatsgevonden, merkt de rechtbank verdachte aan als medeplichtige en komt aldus tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde. De rechtbank spreekt verdachte van het primair ten laste gelegde medeplegen vrij. De rechtbank verwerpt het verweer op psychische overmacht. Een beroep op psychische overmacht kan slechts slagen, indien de verdachte heeft gehandeld onder een zodanige van buiten komende drang, dat redelijkerwijs niet van haar kon worden gevergd dat zij daaraan weerstand zou bieden. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is niet aannemelijk geworden dat de verdachte heeft gehandeld onder dermate moeilijke omstandigheden, die zijn terug te voeren op haar relatie met de medeverdachten, in combinatie met haar eigen (psychische) problematiek, dat zij in een zodanige toestand van (een van buiten komende) psychische drang is komen te verkeren dat zij onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet anders kon handelen dan zij heeft gedaan. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest (131 dagen), alsmede een taakstraf voor de duur van 60 dagen, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en onder de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.