ECLI:NL:RBNNE:2022:3378
Rechtbank Noord-Nederland · 30-08-2022 · zaaknummer 18/276785-21
Inhoudsindicatie
Parketnummer 18/276785-21 Vrijspraak: feiten 1, 4, 5 en 6 Veroordeling: voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie (feiten 2 en 3) Uit de bewijsmiddelen volgt dat het vuurwapen bij een doorzoeking in de slaapkamer in een lade van het nachtkastje naast het bed waar verdachte slaapt is aangetroffen. Dat verdachte geen wetenschap had van de inhoud van die lade, omdat hij die lade nooit gebruikt en zijn vader het vuurwapen in de lade moet hebben neergelegd, zoals verdachte heeft verklaard, acht de rechtbank niet aannemelijk. Niet alleen bleek de lade tijdens de doorzoeking niet afgesloten, ook werden verdachte en zijn vriendin in die slaapkamer aangetroffen. Het vuurwapen lag in het zicht bij het openen van de lade. Dat zijn vader op 24 januari 2022 uiteindelijk heeft verklaard dat alle wapens en munitie die bij de doorzoekingen zijn aangetroffen van hem zijn, leidt niet tot een ander oordeel. Dit betekent dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte wetenschap heeft gehad van dit vuurwapen en hij dit wapen ook voorhanden heeft gehad. Ten aanzien van de aangetroffen munitie overweegt de rechtbank als volgt. Uit het dossier volgt dat op 13 oktober 2021 munitie, bestaande uit 27 kogelpatronen, in de woning van verdachte is aangetroffen. De munitie bevond zich achter een plint in de keuken, was verpakt in een koffiefilter en gehuld in een plastic zakje. Op de buitenzijde van het koffiefilter is DNA van verdachte en zijn vader aangetroffen. De rechtbank leidt daaruit af dat verdachte het koffiefilter met de munitie in handen moet hebben gehad. Hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd, te weten dat verdachte een koffiefilter heeft aangegeven aan zijn vader acht de rechtbank niet geloofwaardig, nu dit eerst op zitting naar voren is gebracht en dit geen steun vindt in andere bewijsmiddelen. De rechtbank acht op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen voldoende bewijs aanwezig van het feit dat verdachte wetenschap heeft gehad dat deze munitie zich in zijn woning bevond, zodat eveneens kan worden bewezen dat hij deze munitie voorhanden heeft gehad. Parketnummer 18/286679-21 Veroordeling De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat nadat verdachte een opname heeft gedaan van € 20,- het zakmes met zijn rechterhand in de uitgiftemond heeft gestoken en enige tijd aan de binnenkant daarvan heeft staan wroeten. De geldautomaat heeft een aantal alarmen afgegeven en is vervolgens buiten werking gegaan. Het met een zakmes in een geldautomaat gaan kan onder omstandigheden de aanmerkelijke kans opleveren dat deze automaat als gevolg daarvan niet meer naar behoren kan worden gebruikt. De rechtbank oordeelt dat dit handelen van verdachte een aanmerkelijke kans op het onbruikbaar maken van die geldautomaat oplevert. De rechtbank acht vervolgens de aard van verdachte’s gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht, reeds naar hun uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op en geschikt tot het onbruikbaar maken van die geldautomaat, dat hieruit valt af te leiden dat verdachte de aanmerkelijke kans op dit gevolg ook welbewust heeft aanvaard. Dit betekent dat het onbruikbaar maken van de geldautomaat wettig en overtuigend bewezen is.
Advocaten
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
