Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2022:334

Rechtbank Noord-Nederland · 09-02-2022 · zaaknummer C/19/135074 / HA ZA 21-35

Civiel rechtGepubliceerd 09-02-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat voor beëindiging van de vennootschapsovereenkomst niet vereist is dat tussen de vennoten ook overeenstemming bestaat over de manier waarop de beëindiging zal geschieden en welke uittredingsvergoeding verschuldigd zou worden (vgl. Asser/Maeijer & Van Olffen 7-VII 2017/203). De kern van de wilsovereenstemming bestaat er immers uit dat zowel partijen tot de conclusie waren gekomen dat samenwerken niet meer ging en dat de VOF niet meer gezamenlijk zou worden voortgezet. Een verdere samenwerking was niet meer denkbaar gelet op de hoog oplopende geschillen. Bovendien waren partijen het er over eens dat eiser de VOF zou voortzetten. Ook gedagde was van mening was dat de samenwerking zou worden beëindigd. Y is na 15 juli 2020 feitelijk ook gestopt met werken in de VOF en de VOF is door eiser alleen voortgezet. De rechtbank is van oordeel dat hieruit moet worden afgeleid dat de samenwerking met wederzijds goedvinden is beëindigd. De rechtbank acht het daarbij redelijk en billijk om aan de sluiten bij de in de overeenkomst gehanteerde opzegtermijn van zes maanden.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [gedaagde]

    gedaagde · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.