ECLI:NL:RBNNE:2022:2610
Rechtbank Noord-Nederland · 20-07-2022 · zaaknummer LEE 21/3783
Inhoudsindicatie
Wet WIA. Schadevergoeding. De uren (verletkosten) die eiser heeft moeten besteden aan het maken van bezwaar en het instellen van beroep komen op grond van het Bpb niet voor vergoeding in aanmerking. Uvw dient de materiaal- en verzendkosten te vergoeden. Toekenning immateriële schade. Eiser is op andere wijze in zijn persoon aangetast als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het BW. Niet ondenkbaar is dat de klachten als gevolg van de onrechtmatige besluitvorming van het Uwv na 8 oktober 2020 zijn toegenomen. Een vergoeding voor geleden immateriële schade van € 1.500,- is billijk. Het Uwv is geen dwangsom aan eiser verschuldigd, omdat tijdig op het bezwaar is beslist. Ten aanzien van de vordering van eiser dat het Uwv dient te stoppen met zijn handelwijze op straffe van een dwangsom, is de rechtbank onbevoegd om daar een oordeel over te geven. Eiser kan een vordering indienen bij de civiele rechter.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
