ECLI:NL:RBNNE:2022:1817
Rechtbank Noord-Nederland · 03-06-2022 · zaaknummer LEE 21/2389
Inhoudsindicatie
Afwijzing subsidie Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het onderhavige geval ten onrechte niet het adviesrapport van 24 november 2020 en de begeleidende brief van het Instituut Mijnbouwschade Groningen van 26 november 2020 leidend heeft geacht bij de beoordeling van eisers aanvraag. Anders dan verweerder betoogt, wordt in de regeling niet verlangd dat de subsidieaanvrager een besluit van het IMG overlegt waarin fysieke schade door bodembeweging is erkend. Uit het adviesrapport volgt dat € 4.715,33 aan fysieke schade door bodembeweging als gevolg van gaswinning aan eisers woning is vastgesteld en dat het IMG wordt geadviseerd om die schadevergoeding aan eiser toe te kennen. Uit de brief van 26 november 2020 volgt dat het IMG dat deskundigenrapport zal betrekken bij het nemen van een besluit op eisers aanvraag tot schadevergoeding. In het besluit van 10 december 2020 heeft het IMG verwezen naar dat adviesrapport, ter motivering van de toekenning van de geadviseerde schadevergoeding aan eiser. In het licht van die feiten en omstandigheden had verweerder ten tijde van eisers aanvraag op 16 december 2020 moeten vaststellen dat was voldaan aan artikel 2, eerste lid, aanhef en onder c, van de regeling. Nu eiser tussen 26 november 2020 en 16 december 2020, te weten op 8 december 2020, de contractuele verplichting voor een verduurzamingsmaatregel was aangegaan, werd ten tijde van de aanvraag ook voldaan aan artikel 3, tweede lid, van de regeling. Verweerder heeft daarom ten onrechte geconcludeerd dat eisers aanvraag niet aan die subsidievereisten voldeed en dat de gevraagde subsidie niet aan eiser kon worden verleend. Het beroep is reeds om die reden gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en het primaire besluit zal worden herroepen wegens strijd met artikel 2, eerste lid, aanhef en onder c, van de regeling. Nu niet in geschil is dat in het onderhavige geval aan de andere subsidievereisten is voldaan, voorziet de rechtbank zelf in deze zaak door verweerder op te dragen om de aangevraagde subsidie van € 4.000,- aan eiser uit te keren. Tot slot en ten overvloede overweegt de rechtbank dat ook in het geval zij tot andere overwegingen zou zijn gekomen, zij tot dezelfde conclusie zou komen als hiervoor is weergegeven. De rechtbank vindt namelijk ook dat de gevolgen van verweerders besluit in het onderhavige geval onevenredig zijn in verhouding tot de met zijn besluit te dienen doelen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
