ECLI:NL:RBNNE:2022:1285
Rechtbank Noord-Nederland · 21-04-2022 · zaaknummer LEE 20/3436
Inhoudsindicatie
Toekenning schadevergoeding na mijnbouwschade Het bestaan van eventuele banden tussen D.O.G. en W2N betekent niet dat D.O.G. niet onafhankelijk van verweerder opereert, of een persoonlijk belang heeft, of dat de schijn daarvan bestaat. Dat eiseres het niet eens is met het onderzoek en de beoordeling door W2N maakt dit niet anders. Voor zover eiseres bedoelt dat vanwege de banden er moet worden getwijfeld aan de deskundigheid van D.O.G., wordt ze ook daarin niet gevolgd, omdat een dergelijk gebrek aan deskundigheid niet met objectieve gegevens is onderbouwd. Voorts is de rechtbank van oordeel dat er niet is gehandeld in strijd met artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Eiseres heeft voorafgaand aan de primaire besluiten de beschikking gehad over de op de zaak betrekking hebbende stukken en tijdens de bezwaarfase was er de gelegenheid om stukken op te vragen. Daarmee is de inzage als bedoeld in de Awb voldoende geborgd geweest. De toelichting die deskundige Geuze tijdens de hoorzitting in bezwaar heeft gegeven, kon daar worden besproken, en voor zover eiseres het met die toelichting niet eens was, kon zij daar in beroep tegenop komen. Al met al kan onvoldoende blijken van een situatie waarin sprake is van een benadeling in de verdediging. Er is verder geen aanwijzing dat de onjuiste aanduiding van de echtgenoot van eiseres meer is dan een kennelijke verschrijving in het verslag van de hoorzitting. De rechtbank is vervolgens van oordeel dat verweerder met het herziene adviesrapport en de nadere toelichtingen van deskundige Geuze in een bij het verweerschrift gevoegde opinie en ter zitting voldoende heeft aangetoond dat schades 11, 13 en 14 evident en aantoonbaar uitsluitend een andere oorzaak hebben dan bodembeweging als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk. Op basis van waarneming van de uiterlijke kenmerken van de schades en het schadebeeld in aangrenzende bouwdelen is geconcludeerd dat de doorzakkende dakplaten en de loshangende afwerkprofielen (schades 11 en 14) het gevolg zijn van een belasting van het dak. Gelet op de staat van de aangrenzende bouwdelen en het ontbreken van schades zoals parallelle scheurvorming of lekkage, is geconcludeerd dat de doorzakking niet kan zijn veroorzaakt door de kortstondige trillingen die bodembeweging als gevolg van mijnbouwactiviteiten kenmerken. Deze oorzaak is ook nog toegelicht in een opinie van deskundige Geuze bij het verweerschrift. Met betrekking tot de schade aan de vloer (schade 13) is geconcludeerd dat bij de bouw onvoldoende rekening is gehouden met het feit dat de structuuropbouw van het hout na verloop van tijd verandert. Bij de beoordeling is betrokken dat er geen aanwijzingen zijn voor schade aan de fundering of de vloer op de begane grond en dat het schadebeeld van aangrenzende oppervlakken niet van een aard is die normaliter wordt aangetroffen in combinatie met mijnbouwgerelateerde schade aan verdiepingsvloeren, zoals parallelle scheurvorming. De conclusies van de ingeschakelde deskundigen liggen in het verlengde van elkaar. Niet kan worden gezegd dat er onvoldoende duidelijk één schade-oorzaak is aangewezen omdat de deskundigen beschrijven dat de overbelasting van het dak op zijn beurt meerdere oorzaken kan hebben, zoals sneeuw of zonnepanelen. Uiteindelijk is het immers steeds de overbelasting van het dak die als oorzaak van de schade heeft te gelden. Eiseres heeft ook geen contra-expertise ingebracht waaruit iets anders blijkt. Daarmee zijn onvoldoende aanknopingspunten aanwezig om te twijfelen aan de rapportages van de door verweerder ingeschakelde deskundigen. Voor zover eiseres verwijst naar rapportages opgesteld in het kader van de versterkingsoperatie, moet worden gezegd dat die een ander doel dienen: die betreffen de vraag of en hoe een pand moet worden versterkt, niet welke fysiek schades voor vergoeding in aanmerking moeten komen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
