ECLI:NL:RBNNE:2022:1024
Rechtbank Noord-Nederland · 01-04-2022 · zaaknummer 180136
Inhoudsindicatie
IPR. Rechtbank past ondanks standpunt van verzoekster geen Eritrees recht toe. Eritrees recht waar verzoekster naar verwijst is nog niet in werking getreden. Naar huidig Eritrees recht kan de vrouw of de minderjarige geen verzoek doen tot ontkenning vaderschap, dat kan alleen de juridisch vader. Juridisch vader woont in Eritrea en is niet bereikbaar voor verzoekster. Verzoekster is voormalig vreemdeling en bezit inmiddels ook de Nederlandse nationaliteit. Partijen hebben gezamenlijk de Eritrese nationaliteit. De rechtbank past artikel 10:92 lid 1 BW niet toe, en concludeert dat artikel 10:17 analoog toegepast moet worden op verzoekster nu zij voormalig vreemdeling is. Argumentatie voor het bestaan van artikel 10:17 BW doet zich nog steeds voor. Nederlands recht van toepassing. Achternaam minderjarige kan niet vastgesteld worden op de verzochte namenreeks van de biologisch vader nu het Nederlands recht hiertoe geen mogelijkheid biedt. Achternaam van biologisch vader wordt vastgesteld als de achternaam van de minderjarige.
Rechters
Advocaten
- G.J. Baken
- L.M. Ligtvoet-van Tuijn
- M.R. Rauwerda
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
