ECLI:NL:RBNNE:2021:3370
Rechtbank Noord-Nederland · 30-07-2021 · zaaknummer 18/000511-21
Inhoudsindicatie
Artikel 6 WVW. Verdachte heeft verklaard dat hij in de (onjuiste) veronderstelling was dat hij een snelweg opreed en dus op de baan waar hij in botsing is gekomen met de Volkswagen, geen tegenliggers verwachtte of hoefde te verwachten. De vraag is of verdachte met die handelwijze aanmerkelijk onoplettend of onvoorzichtig heeft gereden. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Verdachte reed op een voor hem relatief onbekende weg en had slecht zicht, omdat het donker was en er een voertuig voor hem reed. Aan het begin van de invoegstrook stond een verkeersbord waarop stond afgebeeld dat het ging om een weg met tegenliggers. Daarnaast was in het midden van de weg een groene strook op het wegdek aangebracht. Een dergelijke groene strook geeft aan dat het gaat om een autoweg en niet om een snelweg. Er was geen enkel aanknopingspunt waar verdachte de verwachting aan kon ontlenen dat hij (niet een autoweg maar) een snelweg opreed, terwijl verdachte meerdere signalen dat hij een autoweg – met tegenliggend verkeer – opreed heeft gemist. Dergelijk verkeersgedrag kwalificeert de rechtbank als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend. Door dit ongeval hebben twee slachtoffers zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
