Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2020:906

Rechtbank Noord-Nederland · 28-02-2020 · zaaknummer LEE 19/2477

BestuursrechtGepubliceerd 27-02-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vaststelling subsidie voor restauratie en herbestemming monumentaal pand Vaststaat dat verweerder eiser op grond van de Uitvoeringsregeling subsidie behoud/herbestemming karakteristiek bezit in Drenthe 2017-2020 subsidie heeft verleend voor de restauratie en herbestemming van het pand als een woning met bed and breakfast. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat uit het accountantsrapport niet blijkt dat het door eiser verstrekte kostenoverzicht juist en volledig is. Voorts overweegt de rechtbank – en is tussen partijen niet in geschil – dat het oorspronkelijk gesubsidieerde project ten tijde van het verzoek om subsidievaststelling niet volledig was afgerond, nu een geprojecteerde extra badkamer in het pand niet was gerealiseerd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder van eiser kon verlangen dat hij met een deugdelijker verantwoording van de subsidiebestedingen zou komen, te weten met alle relevante rekeningen en betalingsbewijzen. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiser daarin niet is geslaagd. De door eiser overgelegde kostenoverzichten zijn niet deugdelijk en volledig, nu niet alle posten met bewijsstukken zijn onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in redelijkheid tot de subsidievaststelling in het primaire besluit kunnen komen. Daarbij betrekt de rechtbank dat eiser niet alle prestaties heeft verricht waarvoor de subsidie is verleend, nu de extra badkamer niet is gerealiseerd. Ook betrekt de rechtbank hierbij dat eiser niet volledig aan de prestatieverantwoording heeft voldaan. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat verweerder ondanks die gebreken, uit coulance de subsidie toch nog heeft vastgesteld op € 39.610,19 omdat eiser dat bedrag wel voldoende deugdelijk heeft verantwoord. De rechtbank overweegt dat eiser door dat handelen van verweerder zeker niet tekort is gedaan. In dit geval heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat eiser € 50.192,77 aan teveel ontvangen voorschotten dient terug te betalen. Verweerder heeft voldoende inzichtelijk gemaakt hoe hij tot beide bedragen is gekomen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • het college van gedeputeerde staten van de provincie Drenthe

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van gedeputeerde staten van de provincie Drenthe

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.