ECLI:NL:RBNNE:2020:653
Rechtbank Noord-Nederland · 18-02-2020 · zaaknummer AWB LEE - 17 _ 4359 en 17 _ 4451
Inhoudsindicatie
In geschil is de heffing premie volksverzekeringen over de jaren 2011 en 2013. Op grond van de aanwijsregels in de Rijnvarendenovereenkomst is in deze periode op eiser de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing. De rechtbank oordeelt dat verweerder, zolang volgens de regels in de Vo 987/2009 geen vaststelling van de toepasselijke wetgeving heeft plaatsgevonden, het verweerder vrij staat op basis van de hem bekende en van belang zijnde feiten en omstandigheden zelfstandig de aanwijsregels toe te passen. Verweerder heeft daarbij de nodige zorgvuldigheid betracht. De rechtbank oordeelt verder dat de door Luxemburg in 2007 afgegeven E106-verklaring niet bindend is voor de Nederlandse autoriteiten. Eiser kan zicht niet beroepen op de Europeesrechtelijke vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, omdat hij niet onder de werkingssfeer van de Vo 883/2004 valt. Eisers' verzoek om de Luxemburgse socialezekerheidswetgeving van toepassing te verklaren wijst de rechtbank af. Eiser stelt dat, door de weigering van de Svb om een beslissing te nemen op zijn regularisatieverzoek zolang er fiscale procedures lopen, er een impasse is ontstaan die de belastingrechter moet doorbreken. Van een impasse is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake nu eiser een rechtsmiddel heeft ingesteld tegen de weigering van de Svb om te beslissen op zijn regularisatieverzoek. Eisers' verzoek om de in Luxemburg afgedragen premies te verrekenen met de Nederlandse premieheffing wijst de rechtbank af. Behoudens uitzonderingssituaties is het niet aan de belastingrechter om dubbele heffingen van socialeverzekeringspremies te voorkomen of te herstellen. Van een dergelijke uitzonderingssituatie is in dit geval geen sprake. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt wel een immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding omdat de (beroeps)procedure te lang heeft geduurd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
