Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2020:4535

Rechtbank Noord-Nederland · 18-12-2020 · zaaknummer LEE 19/3756

BestuursrechtGepubliceerd 21-12-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Schadevergoeding op grond van Besluit mijnbouwschade Groningen Bij twee afzonderlijke besluiten heeft verweerder aan eiser op grond van het Besluit mijnbouwschade Groningen (het Besluit mijnbouwschade) een schadevergoeding toegekend. De rechtbank is van oordeel dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van eisers beroep voor zover dat betrekking heeft op het niet vergoeden van de vermindering van de waarde van het pand doordat het pand in het aardbevingsgebied ligt en van immateriële schade die hij heeft geleden als gevolg van de gaswinning. Op eisers aanvraag is het Besluit mijnbouwschade van toepassing. Dat Besluit voorziet niet in de mogelijkheid tot vergoeding van de gestelde waardevermindering en/of immateriële schade. De rechtbank stelt voorts vast dat tussen partijen niet in geschil is dat het wettelijk bewijsvermoeden van artikel 6:177a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek in dit geval van toepassing is. Ook is niet in geschil dat de 55 geconstateerde fysieke schades aan het pand (mede) zijn veroorzaakt door de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld. Partijen verschillen van mening over de wijze waarop de schadevergoeding voor die schades is berekend en de hoogte van die schadevergoeding. Eisers beroep tegen het eerste bestreden besluit is gegrond, voor zover dat beroep is gericht tegen de maatvoering op grond waarvan dat besluit is genomen. Ter beoordeling ligt voor of verweerder met het tweede bestreden besluit dat gebrek in voldoende mate heeft hersteld. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat verweerder heeft nagelaten om het specifieke karakter van de schades aan het pand en de specifieke situatie van het pand te onderzoeken. Met het adviesrapport van 6 maart 2019 en het adviesrapport van 2 september 2020 heeft verweerder voldoende kenbaar en inzichtelijk gemaakt welke schades door de onafhankelijke deskundigen zijn opgenomen en beoordeeld. Eiser heeft niet met voldoende concrete specificaties per schade onderbouwd dat de opnamegegevens onjuist zijn, dan wel onzorgvuldig tot stand zijn gekomen. Eisers kostencalculaties bevatten niet dergelijke specificaties. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder bij het bepalen van de vergoeding per schade aan het pand gebruik kunnen maken van het calculatiemodel van Stichting NIVRE. Daarbij slaat de rechtbank acht op de door verweerder beschreven wijze waarop het model destijds tot stand is gekomen. Voldoende aannemelijk is geworden dat het model gezamenlijk is opgesteld door meerdere onafhankelijke deskundigenbureaus, waarbij gebruik is gemaakt van herstelmethoden en herstelprijzen die in de praktijk gebruikelijk zijn. Voldoende aannemelijk is dat het model de meeste veelvoorkomende herstelmethoden bestrijkt. Bij het samenstellen van het model is rekening gehouden met het prijspeil en de prijsontwikkelingen zoals die zich voordeden ten tijde van de vaststelling van het model. Eiser heeft de totstandkoming van het model als zodanig niet bestreden. Voorts bevat eisers inbreng onvoldoende concrete aanknopingspunten om aan de juistheid van (de prijzen in) het model te twijfelen. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het pand dusdanig bijzonder is dat toepassing van het model niet gerechtvaardigd is. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in dit geval het calculatiemodel op juiste wijze heeft toegepast, gelet op de door de deskundigen bepaalde herstelmethodes per schade aan het pand en de prijzen die daarop van toepassing zijn. Met zijn kostencalculaties heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de deskundigen het model onjuist hebben toegepast. Die kostencalculaties zijn deels gebaseerd op andere uitgangspunten dan het model. Verweerder heeft de onderhavige schadevergoeding mogen baseren op de adviesrapporten van de deskundigen. Beide adviesrapporten volstaan voor het kunnen (laten) uitvoeren van de geadviseerde herstelwerkzaamheden. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder het gebrek in het eerste bestreden besluit voldoende heeft hersteld middels het tweede bestreden besluit. In dit geval heeft verweerder kunnen volstaan met de combineerde schadevergoeding van € 47.190,28 zoals die volgt uit beide bestreden besluiten. De rechtbank verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond, vernietigt een deel van het eerste bestreden besluit en verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de minister van Economische Zaken en Klimaat

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de minister van Economische Zaken en Klimaat

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.