ECLI:NL:RBNNE:2020:4475
Rechtbank Noord-Nederland · 16-12-2020 · zaaknummer AWB LEE - 19 _ 2014
Inhoudsindicatie
Erflater had een aanmerkelijk belang. Na het overlijden van erflater stelt verweerder op grond van artikel 4.16 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB) een vervreemdingsvoordeel vast. Het verzoek van eisers om artikel 4.17a van de Wet IB toe te passen is door verweerder afgewezen. In geschil is het antwoord op de vraag of de doorschuifregeling van artikel 4.17a van de Wet IB toegepast kan worden. Ten aanzien van de B.V. waarin erflater een indirect aanmerkelijk belang had is niet in geschil dat er een materiële onderneming werd gedreven. Ten aanzien van die B.V. is wel in geschil of de balanspost voorraden tot het ondernemingsvermogen hoort. De voorraad betreft een ontwikkellocatie. Ten aanzien van de B.V. waarin erflater een (direct) aanmerkelijk belang had is in geschil of, en zo ja in hoeverre, ten tijde van het overlijden van erflater een materiële onderneming werd gedreven. Middels deze B.V. werd getracht de ontwikkellocatie te ontwikkelen. De werkzaamheden en activiteiten ten aanzien van de ontwikkellocatie zijn naar het oordeel van de rechtbank meer dan normaal vermogensbeheer. Ten aanzien van de balanspost voorraden is er daarom sprake van ondernemingsvermogen. Ten aanzien van de andere B.V. oordeelt de rechtbank dat aannemelijk is gemaakt dat € 250.000 van de door deze B.V. aangehouden liquide middelen ondernemingsvermogen vormt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
