ECLI:NL:RBNNE:2020:2976
Rechtbank Noord-Nederland · 02-09-2020 · zaaknummer c/19/127153 / HA ZA 19-110
Inhoudsindicatie
Het voorlopige oordeel van de rechtbank dat uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat de waarde van de fosfaatrechten aan de opfoknemer toekomt, is in het arrest van 28 april 2020 van gerechtshof Den Bosch (ECLI:NL:GHSHE:2020:1449) bevestigd. De rechtbank is van oordeel dat in het geval van eiser en gedaagde sprake is van opfok. Gedaagde bracht zijn geïnsemineerde vee van een jaar oud bij eiser onder en nam het na negen maanden, terug en bracht aansluitend nieuw jongvee. Daardoor was er continue jongvee van gedaagde op het bedrijf van eiser aanwezig. Van een tijdelijke situatie van inscharing waarin min of meer toevallig op de peildatum vee op zijn bedrijf aanwezig was, was hier geen sprake. Eiser wordt bewijs opgedragen dat bij de koopovereenkomst in 2017 is overeengekomen dat het restantbedrag (voor de fosfaatrechten) verschuldigd is als en voor zover uit de jurisprudentie duidelijk wordt dat de waarde van de fosfaatrechten in zijn geheel aan de opfokker toekomt.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
