ECLI:NL:RBNNE:2020:1929
Rechtbank Noord-Nederland · 25-05-2020 · zaaknummer AWB LEE - 19 _ 2875
Inhoudsindicatie
In geschil is of verweerder terecht een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen heeft opgelegd. De rechtbank oordeelt eerst dat verweerder op grond van artikel 16, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de AWR bevoegd was tot het opleggen van de navorderingsaanslag. Bij navordering onder die bepaling is niet van belang of er sprake is van een nieuw feit of kwade trouw. Omdat zowel eiser als zijn voormalig partner de volledige (negatieve) inkomsten uit de eigen woning hebben aangegeven heeft verweerder in de navorderingsaanslag terecht slechts de helft van deze inkomsten aan eiser toegerekend. De afspraak tussen eiser en zijn voormalig partner, inhoudende dat eiser de volledige inkomsten zou aangeven, is niet de keuze zoals bedoeld in artikel 2.17, tweede lid, van de Wet IB 2001. Die keuze moet in de aangifte gedaan worden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
