ECLI:NL:RBNNE:2020:1696
Rechtbank Noord-Nederland · 17-04-2020 · zaaknummer AWB - 19 _ 2233
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft beoordeeld of aan artikel 12, vierde lid, van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap rechtstreekse werking qtoekomt. De bepaling kan alleen rechtstreekse werking hebben als die onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is om in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht te worden toegepast terwijl voor de uitvoering of werking daarvan geen verdere handeling is vereist. De rechtbank is van oordeel dat artikel 12, vierde lid, van het Verdrag daar niet aan voldoet, zodat aan die bepaling geen rechtstreekse werking toekomt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
