ECLI:NL:RBNNE:2020:1503
Rechtbank Noord-Nederland · 30-03-2020 · zaaknummer LEE 19/2393
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om kwijtschelding studieschuld Verweerder voert met toepassing van de in artikel 11.5 van de Wet studiefinanciering 2000 opgenomen hardheidsclausule een beleid waarin staat dat in bepaalde gevallen kwijtschelding wordt verleend. Volgens vaste rechtspraak is dit beleid niet onredelijk en mag dat ook stringent worden uitgelegd (zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:546). De rechtbank is van oordeel dat verweerder het standpunt dat de medische situatie van eiseres niet valt in één van de categorieën van het beleid deugdelijk heeft gemotiveerd aan de hand van het medisch advies. De medisch adviseur heeft op basis van zijn deskundigheid uiteengezet dat en waarom, ondanks de ernst van de medische toestand, in het geval van eiseres niet gesproken kan worden van een situatie als in het beleid bedoeld, of van een daarmee op één lijn te stellen situatie. Eiseres heeft de medische bevindingen niet betwist, en heeft geen (medische) gegevens overgelegd die erop wijzen dat die bevindingen onjuist zouden zijn. Daarnaast kan niet worden aangenomen dat omdat het woord 'geestelijk' in de categorie d van het beleid tussen haakjes is geplaatst, die categorie ook ziet op ernstige fysieke aandoeningen. Dit volgt niet uit de taalkundige betekenis van de haakjes, zoals eiseres lijkt te menen. Haakjes beogen immers meestal een verduidelijking, verklaring of toevoeging in de tekst te voegen ([naam website]), een functie die geen steun geeft aan de uitleg van eiseres. Namens verweerder is daarnaast ter zitting verklaard dat is bedoeld om fysieke aandoeningen onder te brengen in de a en b categorieën en enkel de daar beschreven extreme fysieke situaties onder het beleid te brengen, hetgeen aansluit bij de ratio van het beleid, namelijk het tegemoet komen op humanitaire gronden. Het beroep dat eiseres op die ratio doet, treft ook geen doel. Zij baseert zich op de stelling dat de ratio van het beleid gelegen is in de onmogelijkheid om in de toekomst inkomen te verwerven. Daarvan kan, zoals hierboven blijkt, niet worden uitgegaan. Het feit dat eiseres geen inkomen kan verwerven, noch de medische toestand van eiseres, levert, zo heeft verweerder ter zitting gesteld, een humanitaire grond als hier bedoeld op. Verweerder heeft dit standpunt naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid kunnen innemen. De omstandigheden van dit geval kunnen ook niet worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die maken dat het handelen overeenkomstig het beleid gevolgen heeft die voor eiseres onevenredig zijn in verhouding tot het met het beleid te dienen doelen. Daarbij acht de rechtbank ook van belang dat niet in geschil is dat eiseres een draagkrachtmeting heeft laten uitvoeren en zij op grond daarvan thans geen aflossingen op haar studieschuld hoeft te doen. Ook niet in geschil is dat kwijtschelding bij het einde van de aflosfase in dit geval mogelijk blijft, zoals verweerder ter zitting heeft bevestigd. Dat eiseres de schuld als een last ervaart, maakt dit niet anders. Het beroep op artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht slaagt gelet hierop niet. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
