ECLI:NL:RBNNE:2020:1204
Rechtbank Noord-Nederland · 17-03-2020 · zaaknummer 18/930139-18
Inhoudsindicatie
Bewezenverklaarde: Op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte bewust een mes heeft gepakt en in de krappe ruimte van de auto en in de directe nabijheid van aangever die daarbij beweegt, met dat mes heeft gezwaaid en met dat mes tegen het lichaam van aangever heeft geduwd, waardoor aangever een snijwond in de borstkas en een snijwond in de liesstreek heeft opgelopen. Door aldus te handelen kunnen kwetsbare lichaamsdelen worden geraakt en kan zwaar lichamelijk letsel optreden, ongeacht de kracht, gerichtheid en intensiteit van dat duwen en snijden. De gedragingen van de verdachte kunnen derhalve naar de uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer te zijn gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, dat het - behoudens contra-indicaties, waarvan uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet is gebleken - niet anders kan zijn dan dat verdachte zich van de aanmerkelijke kans op dit gevolg bewust is geweest en dat hij deze heeft aanvaard. Aldus heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangever als gevolg van zijn handelen zwaar lichamelijk letsel zou bekomen en is het opzet van verdachte in voorwaardelijke zin daarop gericht geweest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde: De rechtbank overweegt in dit verband dat de gedragingen van aangever kunnen worden gekwalificeerd als een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waarbij de situatie zodanig is geweest dat het voor verdachte ook noodzakelijk was zich hiertegen te verdedigen. De rechtbank overweegt hiertoe dat aangever beide handen om de keel van verdachte had, waarbij dusdanige kracht is gezet dat verdachte niet meer kon praten, en weinig lucht meer kreeg waardoor hij het gevoel kreeg te stikken. Uit de letselrapportage van GGD Drenthe betreffende verdachte, blijkt ook dat bij verdachte letsel in zijn hals en nek is vastgesteld, bestaande uit onderhuidse bloeduitstortingen, wat duidt op een aanzienlijke kracht op de keel van verdachte. Gelet op de positie waarin verdachte zich bevond, was het voor hem ook niet mogelijk zich aan de gedragingen van aangever te onttrekken. Verdachte werd door aangever immers vastgeklemd op de bijrijdersstoel en kon zich amper bewegen. De rechtbank is van oordeel dat de daarop volgende handelingen van verdachte, gelet op diens bedoeling en de uiterlijke verschijningsvorm van zijn gedrag, kunnen worden aangemerkt als verdedigingshandelingen en dat deze verdedigingshandelingen in een redelijke verhouding staan tot de ernst van de ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding door aangever. De rechtbank acht daarbij van belang dat verdachte eerst minder vergaande verdedigingsmiddelen heeft gebruikt - zoals wegduwen met de handen, het ter hand nemen van het mes in de hoop dat dit verdachte zou afschrikken en het zwaaien met het mes, voordat hij het mes tegen aangever heeft aangedrukt en dat verdachte het mes enkel tegen aangever heeft aangeduwd, en geen steekbewegingen heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat aan verdachte een beroep op noodweer toekomt. Gelet hierop wordt verdachte van alle rechtsvervolging ontslagen.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
