ECLI:NL:RBNNE:2019:636
Rechtbank Noord-Nederland · 14-02-2019 · zaaknummer 18/116230-17
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft samen met de medeverdachte tot tweemaal toe geld verduisterd. De slachtoffers betroffen zijn stiefzoon en diens partner die onder bewind stonden omdat zij vanwege hun beperkingen niet in staat waren om zelf goed hun financiële zaken te regelen. Verdachte was op de hoogte van de onderbewindstelling en wist dat er om die reden niet zonder meer geld van hen kon worden geleend. Door geld te lenen van personen die onder bewind stonden, zonder de daarvoor geldende waarborgen in acht te nemen, heeft verdachte wederrechtelijk gehandeld. Verdachte wist dat het verkeerd was om geld te lenen van personen omdat zij onder bewind stonden en dat een dergelijke lening niet kon worden verkregen zonder toestemming van de bewindvoerder en de kantonrechter. Daarmee staat ook de opzet op de wederrechtelijkheid vast. Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
