ECLI:NL:RBNNE:2019:422
Rechtbank Noord-Nederland · 24-01-2019 · zaaknummer AWB - 16 _ 390
Inhoudsindicatie
IB/PVV 2011 en 2012. Moeder is geboren in 1918. Zij heeft drie kinderen. Vanaf 1976 verpachtte zij landerijen en bedrijfsgebouwen aan een zoon die een akkerbouwbedrijf exploiteert. In 2010 sluiten deze zoon, moeder en de twee andere kinderen een overeenkomst van maatschap. Vanaf dat moment exploiteren zij het akkerbouwbedrijf voor gezamenlijke rekening en risico. Niet in geschil is dat de maatschap in civielrechtelijke zin tot stand is gekomen, met alle daaraan verbonden rechten en verplichtingen voor moeder en zoon. De rechtbank oordeelt dat zich niet de situatie voordoet dat de maten geen rechtshandelingen zijn aangegaan, dan wel dat zij in werkelijkheid andere rechtshandelingen zijn aangegaan dan zij volgens de maatschapsovereenkomst hebben gepresenteerd. Dat moeder en zoon in de toekomst mogelijk gebruik zullen maken van bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de schenk- en/of erfbelasting, maakt dat naar het oordeel van de rechtbank niet anders. Verder kent de rechtbank moeder en zoon ieder een immateriële schadevergoeding toe van € 1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn. Hun verzoek om vergoeding van de werkelijke proceskosten wijst de rechtbank echter af.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
