ECLI:NL:RBNNE:2019:4133
Rechtbank Noord-Nederland · 17-07-2019 · zaaknummer LEE 19/130
Inhoudsindicatie
Uit vaste rechtspraak volgt dat een persoon, om belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb te zijn bij een besluit tot verlening van een kapvergunning, een hem persoonlijk aangaand belang dient te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen. In de regel kan slechts als belanghebbende worden aangemerkt degene die op geringe afstand van de bomen woont, of vanuit zijn woning daarop zicht heeft. Voor de invulling van het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ moet acht worden geslagen op onder meer de factoren ‘afstand tot’ en ‘zicht op’. Vaststaat dat eiser geen zicht heeft op de bomen aan het Akerkhof. Voorts is niet in geschil dat de afstand van de woning van eiser tot de bomen ongeveer 150 meter bedraagt. Gelet op genoemde afstand is verweerder naar het oordeel van de rechtbank terecht tot de conclusie gekomen dat eiser geen belanghebbende is, aangezien hij niet op geringe afstand woont. De rechtbank verwijst daarbij naar jurisprudentie van de AbRS (bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2012:BV0559); daaruit - en uit andere uitspraken - leidt de rechtbank af dat iemand in de regel niet als belanghebbende kan worden beschouwd, wanneer die persoon geen zicht heeft op de bomen en op een afstand van meer dan 100 meter woont. Dat eiser als inwoner van de stad Groningen graag invloed wenst uit te oefenen op de (groene) inrichting van de binnenstad is weliswaar niet onbegrijpelijk, maar gaat gezien voorgenoemde vaste rechtspraak de strekking van artikel 1:2 van de Awb te buiten. De gronden die eiser heeft aangevoerd omtrent verkoeling, klimaat, biodiversiteit, windhinder en persoonlijk welzijn geven naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat hij een persoonlijk aangaand belang heeft dat hem in voldoende mate kan onderscheiden van anderen. Daarbij kan de verwijzing van eiser naar de gehanteerde maatstaf in de uitspraak van rechtbank Almelo, gezien hiervoor genoemde vaste rechtspraak van de AbRS, in dit geval niet tot een ander oordeel leiden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
