ECLI:NL:RBNNE:2019:3973
Rechtbank Noord-Nederland · 24-09-2019 · zaaknummer 18/059253-19
Inhoudsindicatie
Vrijspraak voor overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 en veroordeling voor overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 tot een taakstraf voor de duur van 40 uren en een voorwaardelijke rijontzegging voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 3 jaren. Hoewel, zoals ook blijkt uit artikel 54 Reglement verkeersregels en verkeerstekens, bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren - zoals keren op de weg - het overige verkeer voor moeten laten gaan, is de rechtbank van oordeel dat het enkele feit dat verdachte geen voorrang heeft verleend aan de motorrijder niet kan leiden tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde. Zoals hierboven aangegeven dient er, om tot een veroordeling ter zake artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 te kunnen komen, sprake te zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid. De rechtbank is van oordeel dat uit de enkele omstandigheid dat de verdachte de motorrijder aan wie hij voorrang diende te verlenen niet tijdig heeft gezien, niet kan volgen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994. Dat sprake is van verdere omstandigheden die zouden kunnen meebrengen dat sprake is van 'schuld' in de zin van de laatstgenoemde bepaling, acht de rechtbank niet bewezen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair ten laste gelegde (art. 6 Wegenverkeerswet 1994).
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
