ECLI:NL:RBNNE:2019:3282
Rechtbank Noord-Nederland · 25-07-2019 · zaaknummer 18/930149-18
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft op 3 september 2018 zijn huisgenote en medestudente in hun gezamenlijke studentenwoning te Emmen om het leven gebracht. Er zijn onvoldoende concrete aanknopingspunten voor handelen met voorbedachte rade. Gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van de handelingen van verdachte is sprake van voorwaardelijk opzet op de dood. Bij sectie werd geen zekere doodsoorzaak aangetoond. Het overlijden van het slachtoffer kan in redelijkheid worden toegerekend aan de door verdachte gepleegde geweldshandelingen, waarmee het vereiste causale verband bewezen is. De rechtbank spreekt verdachte vrij van de primair (impliciet primair) ten laste gelegde moord. De rechtbank veroordeelt verdachte voor de primair (impliciet subsidiair) ten laste gelegde doodslag tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaar.
Advocaten
- M.H. Wormmeester
- P.Th
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
