ECLI:NL:RBNNE:2019:3271
Rechtbank Noord-Nederland · 01-05-2019 · zaaknummer LEE 18/2339
Inhoudsindicatie
Vast staat dat eiser de in- en verkoop van computerspellen en computeraccessoires en de in verband daarmee ontvangen bedragen niet heeft gemeld en evenmin de (aanzienlijke) bedragen van de stortingen in november 2015 en juni 2016. Daarmee heeft verweerder aangetoond dat eiser de op hem rustende inlichtingenverplichting van artikel 17, eerste lid, van de PW heeft geschonden. Eiser had het redelijkerwijs duidelijk kunnen en ook moeten zijn dat de verkoopactiviteiten, de bijschrijvingen en stortingen van invloed konden zijn op het recht op bijstand. Daarmee staat de verwijtbaarheid van het schenden van de inlichtingenverplichting vast. Verweerder was dan ook gehouden met toepassing van artikel 18a van de PW een boete op te leggen van ten hoogste het vastgestelde benadelingsbedrag. Verweerder is bij het bepalen van de hoogte van de boete terecht uitgegaan van normale verwijtbaarheid. De opgelegde boete van € 1.170,- acht de rechtbank evenredig aan de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de overige gebleken omstandigheden. Op grond van artikel 5:51, eerste lid, van de Awb, beslist het bestuursorgaan, indien van een overtreding een rapport is opgemaakt, binnen dertien weken na dagtekening van dat rapport. In het rapport van 24 april 2017 is de boetewaardige gedraging vastgesteld. Daarvan uitgaande heeft verweerder met het boetebesluit van 8 september 2017 niet binnen de termijn van dertien weken na dagtekening van het boeterapport een besluit genomen tot het opleggen van een boete. Die termijn is overschreden met zes weken en vier dagen. De termijn van dertien weken is echter een termijn van orde. De enkele overschrijding van die termijn met zes weken en vier dagen vormt in dit geval geen aanleiding de boete te matigen Het ter zitting door eiser gedane beroep op de uitspraak van 27 maart 2018 van de CRvB (ECLI:NL:CRVB:2018:920) maakt het voorgaande niet anders.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
