ECLI:NL:RBNNE:2019:3191
Rechtbank Noord-Nederland · 19-07-2019 · zaaknummer 18/840102-18
Inhoudsindicatie
Vrijspraak. De rechtbank stelt vast dat er weliswaar sprake is wettig bewijs dat verdachte een grotere rol heeft gehad in het geweld, maar zij komt niet tot de overtuiging dat verdachte deze rol heeft gehad. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte aangever heeft gestompt of geslagen. Om dezelfde reden kan evenmin worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk heeft deelgenomen aan de geweldshandelingen die de medeverdachten hebben verricht, zodat ook het medeplegen niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De vordering van de benadeelde partij is niet-ontvankelijk.
Advocaten
- H.A. de Boer
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
