ECLI:NL:RBNNE:2019:2159
Rechtbank Noord-Nederland · 16-05-2019 · zaaknummer 18/204040-18
Inhoudsindicatie
Vrijspraak voor de primair tenlastegelegde verkrachting: niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen, althans dat de door aangeefster gestelde onvrijwilligheid voor verdachte kenbaar was of kenbaar had kunnen zijn. Veroordeling voor het subsidiair tenlastegelegde, te weten ontucht met een minderjarige. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte 21 jaar en 10 maanden oud was en aangeefster 15 jaar en 3 maanden, dat er geen sprake was van een affectieve relatie noch de wens daartoe, dat ze elkaar amper kenden en dat aangeefster heeft verklaard zich gedwongen te hebben gevoeld. De rechtbank past het jeugdstrafrecht toe en legt op een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 uren en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
